Drie dagen na de Marathon van Lendlee vloog ik met een wilde combinatie midlifers richting Mallorca, voor wat officieel de start moest worden van mijn voorbereiding op de Ironman van Nice. Tijdens de winter en het voorjaar had ik redelijk wat gelopen, maar de fietsconditie was verre van goed en aan m’n zwemtrainingen moest ik eigenlijk nog beginnen. Geen paniek, vijf dagen fietsen bergop zou moeten volstaan om een groot deel van die achterstand weg te werken. Welgeteld 15 km ver tijdens de eerste rit breekt mijn voorvork, zonder verwittigen, in volle afdaling pats in twee en lig ik uitgeteld met een hoop schaafwonden, kneuzingen, een gebroken rib en een gebarsten schouderblad op het ruwe asfalt van het Baleareneiland. Ik had me de start van mijn stage in het zonnige Palmanova net iets anders voorgesteld. Veel meer dan op het terras van het hotel verder werken aan m’n bestseller in wording ‘Nu en dan eens zondigen is gezond’ en het ’s avonds voorzichtig in praktijk omzetten van de theorie, zat er helaas niet meer in. Maar niet getreurd: de compagnie was aangenaam, het eten lekker en de sfeer goed, oya lélé. 

Terug thuis en met de bevestiging van de RX werd duidelijk dat ik m’n ambities voor Nice zou moeten bijstellen. Met nog 7 weken te gaan, zou het halen van de start op zich al een overwinning zijn. Na een tiental dagen gedwongen rust waagde ik me aan een eerste fietstraining op de rollen. Een weekje later probeerde ik voorzichtig terug te lopen en begin juni kon ik eindelijk beginnen zwemmen. Gevaar voor overtraining zat er alvast niet in.

Het weekend vóór Nice moesten we tot overmaat van feestelijkheid nog even op en af naar Barcelona voor een driedaagse fiesta ter gelegenheid van de 20e huwelijksverjaardag van nonkel Tom en tante Annemie. Gezien zo’n jubileum in de galerij der belangrijke levensgebeurtenissen toch nog een stuk hoger aangeschreven staat dan een zoveelste Ironman, liet ik uit respect voor de jubilarissen met veel plezier m’n goede voornemens thuis…

Op donderdagmiddag, 3 dagen vóór de wedstrijd, vertrok ik samen met Loïc en Alec naar het zuiden. Terwijl Frankrijk kreunde onder een hittegolf, reden wij in onze minibus zonder airco tot iets over Lyon waar we de nacht zouden doorbrengen. De volgende morgen ging het verder door de Provence waar alle warmterecords aan het sneuvelen waren en tegen de middag arriveerden we halfgaar aan ons appartement vlak bij de start in Nice. Kort na 16u landden ook Karen en Luca op de plaatselijke luchthaven om de persoonlijke support crew voor het weekend te vervolledigen. Ella had van onder de kerstboom een ticket Werchter gekregen en was deze keer vrijgesteld van dienst.

Intussen was ook de rest van de negenkoppige EFC-ITC delegatie aangekomen aan de Côte d’Azur en bereikte ons het droevige nieuws dat de wedstrijd omwille van de extreme weersomstandigheden (hitte en slechte luchtkwaliteit) zou worden ingekort. De gebruikelijke 3.8 km zwemmen bleef behouden. Uit het fietsparcours verdwenen een paar lussen waardoor we 152 in plaats van 180 km zouden rijden en de afsluitende marathon werd gereduceerd tot 30.7 kilometer. Een maatregel die op weinig bijval kon rekenen bij de meeste atleten, maar blijkbaar was dat het compromis dat de organisatie met de prefectuur van het departement Alpes-Maritimes had kunnen afsluiten. Veel andere evenementen in Frankrijk werden door de overheid afgelast, we mochten dus eigenlijk al content zijn dat de wedstrijd zou doorgaan. Gezien ik hete temperaturen meer dan gemiddeld verdraag, mocht de afstand voor mij gerust behouden blijven, maar het was vooral jammer voor de vele debutanten die voor de eerste en misschien wel enige keer in hun leven een volledige triatlon zouden doen.

Zondagmorgen dan de gebruikelijk taferelen. Een laatste controle in het fietspark. Afgetrainde en minder afgetrainde deelnemers die elkaar succes toewensen. Innige omhelzingen en dikke kussen met geliefden. Een massa supporters die een plaatsje probeert te bemachtigen op de dijk. Een DJ die er van 6 uur ‘s morgens de sfeer in brengt en bijna drieduizend triatleten uit 61 verschillende landen die zich een weg banen naar de start. Bonjour tout le monde!

Om 6.30u vertrekken de pro’s voor hun wedstrijd en kort daarna is er de ‘Rolling start’ van de age groupers. Gezien m’n zelfvertrouwen weinig te lijden heeft onder het gebrek aan training, stel ik mij op in het tweede vak (zwemtijd rond de 1:06). Met amper 30 zwemkilometers op de teller dit jaar, maak ik me sterk dat de Wet van Pareto op mij wel van toepassing zal zijn, wat voor de niet-economisten onder u betekent dat je met 20 procent van de inspanning 80 procent van het resultaat bereikt. En zowaar, u had het waarschijnlijk niet gedacht, volg ik van in de start zonder veel moeite de atleten rond mij en spoel ik na 1:05:44 met een mond vol zeezout, een tevreden gevoel en een 558e zwemtijd terug aan op het keienstrand van Nice.

Vlug naar de wissel, wetsuit af, fietskledij aan, nog eens zwaaien naar Luca en Karen, en dan kan de grote inhaalrace beginnen. Alec en Loïc zijn intussen al vertrokken met de fiets om me onderweg een paar keer aan te moedigen. Al snel merk ik dat m’n hartslagmeter geen signaal ontvangt en dat de borstband, die wat naar beneden gezakt was tijdens het zwemmen, niet meer rond m’n strakke lijfje hangt. Gelukkig heb ik me vorig jaar op Black Friday een wattagemeter aangeschaft  – een mens moet mee met z’n tijd – en kan ik me tijdens het fietsen baseren op de wattages die Loïc voor me heeft berekend. De eerste kilometers zijn vlak en ik doe mijn uiterste best om de stayerafstand van 12 meter – last night a DJ saved my life – mooi te respecteren. Bergop rij ik netjes tussen de 240 en 260 watt en schuif zo langzaam op in de wedstrijd. Voor degenen onder u die voor de landschappen naar de Tour kijken, wil ik nog meegeven dat het fietsparcours in Nice met z’n 2600 hoogtemeters, niet alleen het zwaarste maar wellicht ook het mooiste van het hele Ironmancircuit is.

Als ik na 54 kilometer plots lek rij (merde!)  kan die prachtige bergomgeving me even gestolen worden. Met bekwame spoed wissel ik van binnenband, maar als ik opnieuw begin te rijden merk ik dat de explosie van m’n bommetje niet krachtig genoeg was en dat er bijgevolg onvoldoende druk in m’n voorband zit. Miserie miserie. Een kilometer verder staat er in een dorp aan de voet van de klim een massa volk te supporteren en besluit ik opnieuw te stoppen in de hoop een fietspomp te bemachtigen bij één van de wielertoeristen langs de kant van de weg. Wat volgt is een ‘tragédie humaine’ uit zeven bedrijven: de sepappe van m’n reserveband die afbreekt bij het oppompen, een tweede reserveband met een verlengstuk voor een hoge velg die juist niet in het gaatje van mijn carbonwiel past, een nieuwe band van een toeschouwer met een tekort ventiel, dan toch maar met lichte agressie dat verlengstuk door m’n velg geramd, pinnetje van het koppelstuk van m’n bommetje dat afkraakt, uiteindelijk opnieuw het pompje van diezelfde vriendelijke toeschouwer gebruikt en daarna met amper 5 bar in m’n band én zonder reservegerief weg voor de rest van de rit. Alles samen (zo blijkt later uit m’n computeranalyse) 25 minuten volledige stilstand aan m’n compressiebroek en alsof de emmer der vernedering nog niet helemaal vol was, steken me intussen een paar honderd tegenstanders onder luid gejuich van de aanwezige menigte schaamteloos voorbij. Ocharme ik. Gelukkig hangt er deze keer niets vanaf (geen Hawaii ambities) en zal alleen m’n klassement er na afloop wat minder fraai uitzien. Dat ook m’n wattagemeter het om één of andere bizarre reden vanaf dan laat afweten, maakt het alleen nog lachwekkender. Wat me veel meer verontrust is dat de druk in m’n voorband danig laag is, waardoor ik me bergaf helemaal niet meer veilig voel. Met de horrorcrash van 1 mei nog vers in het geheugen, besluit ik geen risico’s te nemen en word ik bergaf dan ook van alle kanten voorbij gestoken. Bergop en in de vlakke stukken ben ik weer aan zet, maar dan mis ik de dwingende cijfers van m’n hartslagmeter en/of wattagemeter die me anders motiveren om constant op de limiet te rijden. Uiteindelijk bereik ik na 5u 26min, gezien de omstandigheden, nog vrij vrolijk en fris de wissel en kan ik beginnen aan het afsluitende loopnummer.

Omdat ik op dat moment al lang niet meer bezig ben met een mooie uitslag en ook nu niet eens weet hoe snel m’n hart klopt (stel je voor), besluit ik niet meer te forceren en gewoon vlot uit te lopen. Na een paar kilometer voel ik al dat ook dat geen sinecure zal worden. De temperatuur in de zon is intussen een stuk boven de 35 graden uitgestegen en vooral de luchtkwaliteit is verre van optimaal. Ik heb moeite om door te ademen, waardoor ik onvoldoende zuurstof binnenkrijg en er vervolgens weinig te merken valt van de grandeur en souplesse waarmee ik doorgaans m’n marathon afwerk.

Zes keer per ronde van 10 kilometer passeren we een bevoorradingspost waar je niet alleen eten en drinken krijgt, maar waar je ook telkens door douches kan lopen die over de breedte van de weg staan opgesteld. Ik neem elke keer uitgebreid de tijd om af te koelen en zelfs dan nog lijkt de afstand tussen twee posten veel te lang. Gelukkig staat een deel van de legendarische ‘IronFrank support crew’ langs de kant met ijsblokken en extra water om het leed ook tussendoor wat te verzachten. Als de wedstrijdorganisatie écht (bemerk het accent aigu op de “e”) iets aan de veiligheid/gezondheid van de deelnemers had willen doen, hadden ze mijn inziens beter hierop ingezet. Zolang je lichaamstemperatuur min of meer onder controle blijft (ijs en douches) en je voldoende water en zout binnenkrijgt, kan een getrainde triatleet lang blijven doorgaan. Maar als dat niet meer lukt, is het voor om het even wie onherroepelijk voorbij. Pijnlijk bewijs hiervan het constant geluid van op- en afrijdende ambulances en sirenes in de achtergrond. Voor de freaks onder u wil ik voor dezelfde prijs nog meegeven dat je in dergelijk zweetweer ook beter extra zink en selenium inneemt, maar zeg dat vooral niet tegen de concurrentie.

Uiteindelijk loop ik de wedstrijd uit aan tempo van 5.27 de kilometer, inclusief 1 dringende sanitaire stop, 18 douches en evenveel keer wandelen door de bevoorradingszones. Ondanks dat m’n Krebcyclus deze keer geen overuren heeft moeten draaien, komt deze verkorte versie qua beleving, zwaarte en genot – sorry Pieter en Michiel – zeker overeen met een volledige triatlon in normale omstandigheden. De echte marathonpijn in de benen, waarvoor we vooraf hadden betaald en die zorgt dat je een paar weken moet recupereren, hebben ze ons met het inkorten van de loopproef wel ontnomen. Toch ben ik blij als m’n laatste rondje op de Promenade des Anglais erop zit en ik de finish bereik in een tijd van 9u 31 minuten en 46 seconden. Hiermee ben ik 337e in het algemeen klassement op een totaal van bijna 3000 deelnemers.

Zonder pech onderweg en tijdens de voorbereiding zat er natuurlijk veel meer in, maar ik zal er mijn slaap niet voor laten. Op basisconditie en ervaring, kan ik blijkbaar nog altijd m’n mannetje staan op de lange afstand. Maar om mee te doen voor de prijzen, zoals een paar jaar geleden, moet je volgens diezelfde 20/80-regel toch wel veel meer trainen 😊 Gelukkig heb ik daar voorlopig geen behoefte aan en zullen we nu volop genieten van een sportieve topzomer met de Europese Jeugd Olympische Spelen in Baku (23 en 25 juli), het Belgisch Kampioenschap nieuwelingen in Lendelede (28 juli), de Kwarttrialton van Izegem (15 augustus) en de vierde editie van Lendlee Koerse (26 augustus) als absolute hoogtepunten.

Als ik tussendoor voldoende tijd vind om te trainen, schrijf ik mij misschien nog in voor de Ironlakes triatlon in Lacs de l’Eau d’Heure op zondag 22 september. Zolang de voorraad strekt gaan we dus nog even door. In elk geval volgend jaar mee met een hopelijk indrukwekkend EFC-ITC delegatie naar Klagenfurt en misschien in 2021 nog eens alles op alles als 50-jarige in Lanzarote. Bedankt aan alle Izegemse clubgenoten en supporters ter plaatse voor de leuke sfeer en dank aan iedereen die het van ver of dichtbij heeft gevolgd. Prettige vakantie en tot een volgende gelegenheid!!

One Comment on “Ironman Nice 2019

  1. verslag minstens even goed en genietbaar als de prestaties zelf !!
    Gebroken, maar niet kapot: wat een IRON – Frank !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *