Zondag laatst stond ik voor het eerst aan de start van een volledige triatlon op Belgische bodem. Mijn oprechte excuses Sire dat ik in het verleden steevast exotischere oorden opzocht om mijn sport te bedrijven, maar er waren het laatste decennium helaas weinig full distance wedstrijden in uw koninkrijk.

Plaats van het gebeuren: de site op en rond ‘les Lacs de l’Eau d’Heure’. Voor de aardrijkskunde liefhebbers eerst even meegeven dat we het hier hebben over vijf kunstmatige meren op het stroomverloop van de Eau d’Heure zo’n 30 km ten zuiden van Charleroi op de grens van Henegouwen en Namen. Of waar Wikipedia al niet goed voor is.

Met welgeteld 198 ingeschreven atleten was het de bedoeling om m’n beste ranking ooit eens te verbeteren (38e in IM Weymouth 2016). Statistisch gezien een berekende zet als je weet dat er in Engeland vijf keer zoveel deelnemers aan de start stonden, maar we worden een dagje ouder. Om mezelf terug op gang te trekken na een congé zonder sport (GRRRR!! HD), waren een top-20 plaats overall of een podium in m’n leeftijdscategorie (M40-50) de concrete doelen die ik me begin augustus had vooropgesteld. Meedoen zonder ambitie is een kunst die ik helaas niet goed beheers.

Op zaterdag hadden we met een aantal clubanciens rendez-vous bij Philippe Ostyn in Chimay. Zoals het antwoord op de vraag of er nog plaats was in de herberg al deed vermoeden (“hoe meer zielen hoe meer vreugde”), was de ontvangst hartelijk. Philippe was samen met Lode Samyn (zwemmen) en Christ Lefever (fietsen) ingeschreven als loper in trio voor de halve afstand. Wouter Blondeel, onze onvolprezen clubcoördinator, zou individueel datzelfde traject afleggen.

Zondag om 3.30u loopt de wekker af. Het gebruikelijk uitgebreid ontbijt en dan richting start. Een paar minuten voor zeven beginnen de klokken te luiden en weerklinkt ‘Hells Bells’ van AC/DC door de boxen. Als Angus Young helemaal op dreef komt wordt om 7u stipt, tussen donkeren en klaren, de wedstrijd op gang geschoten.

De boeien zijn voor de gelegenheid verlicht, maar door de deining op het water zie ik ze met moeite liggen en volg gewoon de rest. Op een stevige slag op m’n zwembril na ondervind ik weinig hinder van andere zwemmers, maar halverwege begint m’n maag wel lelijk te doen. Een paar keer moet ik stoppen om eens goed te boeren en daarna met een zure smaak in de keel terug verder. Nochtans op tijd gegeten, maar blijkbaar loopt de vertering niet zoals normaal, wat me later op de dag nog parten zou spelen. Na 1u9min bereik ik terug de oever en zie ik op m’n Garmin dat ik 3,975 km heb gezwommen in plaats van 3,8 km. Logisch dus dat m’n zwemtijd wat langer is dan voorzien. Geen paniek, vandaag ga ik voor een klassement en niet voor een goeie tijd. Alleen hopen dat de boeien wat verder lagen en dat de concurrentie ook die inspanning te veel heeft moeten leveren. Als ik naar de wisselzone loop roept Karen dat ik in 58e positie zit en kan het aftellen op de fiets beginnen.

In de eerste van drie ronden rij ik vlot van de ene naar de andere betere zwemmer. Na 45 km word ik plots zelf ongevraagd voorbijgestoken door een zeker Nico (kan ik zien aan z’n rugnummer) die een stuk sneller fietst. Achteraf blijkt het om ex-wielerprof Nico Sijmens te gaan die uiteindelijk als 13e zal finishen, daarmee kan ik leven. Tegen dat de eerste 60 km erop zitten fiets ik in 34e positie en besef ik dat het parcours veel zwaarder is dan vooraf gedacht: geen meter plat, 2200 hoogtemeters in plaats van de aangekondigde 1800 en een paar steile stukken tot 10 procent waardoor je constant moet schakelen van binnen- naar buitenblad wat niet echt bevorderlijk is voor het ritme. Komt daar nog eens bij dat in de tweede ronde de wind serieus komt opzetten, wat op zich geen nadeel is voor mij, maar wat de wedstrijd wel nog een stuk zwaarder maakt.

In tegenstelling tot Ironmanwedstrijden waar je door de drukte bij momenten moeite moet doen om de niet-stayerafstand van 12 meter te respecteren, vraag ik me in de derde ronde, nadat ik al meer dan een kwartier alleen kromgebogen over m’n stuur tegen de wind door de bossen fiets, af of ik wel nog op het juiste parcours zit. In een dom moment van sluipend sentiment overvalt mij zelfs de gedachte dat de mediterende medemens er zowaar helemaal zen zou van worden. Maar dat zal mij vandaag niet overkomen. Hoewel ik m’n hartslagzones mooi respecteer voelt het toch niet echt comfortabel aan en besef ik dat ik al redelijk wat poer verschoten heb. Uiteindelijk bereik ik na 5u14min terug de wissel en ben intussen opgeschoven naar de 19e plaats.

Normaal is het een opluchting om dan van houding te veranderen en moet ik me inhouden om – goed opgewarmd door het fietsen – de marathon niet als een ontketende aan te vatten. Nu vraag ik me eerder af of het wel zin heeft om eraan te beginnen. M’n benen zijn vermoeid, m’n buik opgeblazen en ‘de moral’ laat het daardoor een beetje afweten. Maar nu we hier toch zijn zou het natuurlijk belachelijk zijn om niet te starten, al was het maar om te oefenen voor een volgende keer. Na de eerste ronde zie ik dat ik wel mooi aan 12 per uur loop, maar zo voelt het niet aan.

Ook het loopparcours is met veel draaien en keren, stukken offroad, kiezelsteentjes, een trap op en af en een paar honderd hoogtemeters nogal aan de trage kant. In de tweede van vier ronden kom ik er een beetje door en kan ik m’n tempo gelukkig aanhouden. Zo schuif ik op een bepaald moment op naar de 15e plaats in de wedstrijd en een ben ik virtueel 5e in m’n agegroup. Helaas is het maar een tijdelijke opflakkering en in de derde ronde wordt het steeds moeilijker om gellekes en sportdrank naar binnen te spelen. Bij elke Toi Toi twijfel ik of ik al dan niet ga stoppen voor de ongemakken in m’n buik. Eén keer waag ik het erop, maar veel effect heeft de afloop helaas niet op het verder verloop. Tijdens de laatste ronde heb ik bepaalde stukken moeite om nog aan 10 te lopen en begeef ik mij eerder als een zombie over het parcours. Het kan me van dan af ook niet veel meer schelen wie er me nog voorbijsteekt, want ik ben al content dat ik kan blijven lopen. Maar met doorzettingsvermogen, nie waar Frank, bereikt de slak de ark… Uiteindelijk loop ik de marathon nog in 3u 53 min, wat al bij al nog meevalt maar niet overeenkomt met de beleving onderweg.

Na 10u26 min passeer ik als 22e overall en 7e in m’n agegroup leeg en licht misselijk de finish. Van alles wat ze ons in de recovery tent aan eten en drinken aanbieden, inclusief die welverdiende La Chouffe, krijg ik deze keer enkel een glas platwater binnen. Sorry Philippe, Lode, Christ en Wouter, voor het gebrek aan enthousiasme, maar we drinken er bij gelegenheid nog wel eens een goede pint op.

De vooropgestelde top-20 plaats heb ik net niet gehaald, maar het was wel een motivatie om er ondanks een mindere dag toch nog het maximum uit te halen. Podium in m’n agegroup bleek voor mij als 48-jarige (in een systeem waar er per 10 jaar wordt gerekend) niet realistisch, maar als we er voor het goed gevoel de Ironmanindeling bijhalen (M45-50) sta ik wel mooi op het tweede schavotje😊! Uiteindelijk toch tevreden met het resultaat, al gebiedt de eerlijkheid me om te zeggen dat er deze keer niet echt veel fun aan was. Normaal is een Ironman voor mij een hele dag genieten, een uur of twee afzien tijdens het lopen en dan swingend over de finish. Zondag heb ik vooral een hele dag afgezien en slechts nu en dan een beetje genoten. Zo weet ik ook eens wat dat is en versta ik beter waarom sommige triatleten na hun eerste volledige triatlon zeggen “nooit meer”. 

Met de Ironlakes triatlon zit mijn seizoen erop en is die mooie zomer weer voorbij. Bedankt Karen voor de begeleiding en de goede zorgen vóór, tijdens en na de wedstrijd. Bedankt aan de clubgenoten en hun echtgenotes voor de sfeer ter plaatse. Bedankt Loïc en Alec voor de compagnie de voorbije maanden op training en bedankt Ella en Luca omdat jullie zo lief zijn. Nu een paar weekjes rust en op ’t gemak een beetje bijkomen, zodat we in ‘t voorjaar weer weten waarvoor getraind. Om de voortschrijdende veroudering tegen te gaan heb ik mij alvast ingeschreven voor de Ironman van Klagenfurt volgende zomer samen met nog een 25-tal Izegemse clubgenoten. In 2021 verander ik dan weer van agegroup (M50-55) en je weet nooit waar dat goed voor is… zou ik wel eens hardop durven zeggen als er niemand luistert. Dank allen voor de interesse, de aanmoedigingen, de steunbetuigingen en de blijken van medeleven en sympathie. Geniet van het najaar en tot een volgende gelegenheid!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *